Over Middle Up Down

Er wordt veel geschreven over de opkomst van de bottom-up beweging en het verval van de top-down benadering en het masterplan. Er wordt daarbij vaak gesuggereerd dat top-down en bottom-up twee verschillende strategieën zijn die los van elkaar kunnen bestaan. De laatste tijd zien we echter een interessante ontwikkeling waarbij juist de samenwerking wordt opgezocht tussen overheid, ondernemers, culturele instellingen en betrokken inwoners en professionals. Enerzijds zoeken overheden naar nieuwe spelers binnen de ontwikkeling van de stad en anderzijds initiëren individuen en collectieven nieuwe ontwikkelingen en zoeken daarbij de samenwerking met overheden en instellingen. Daarbij is er een spilfunctie weggelegd voor professionals die niet zozeer zijn te duiden als top-down of bottom-up. Zij nemen zelf positief in het midden en werken vanuit lokale betrokkenheid en lange termijnbelang. Deze professionals hebben goede ingangen bij overheden en financiers, maar zijn ook onderdeel van een hecht lokaal netwerk met bewoners, ondernemers en creatieve denkers. Vanuit deze positie krijgen ze veel voor elkaar; de beweging ontstaat vanuit het midden. Wij noemen dit Middle Up Down (MUD).

DTO College 2015

Departement Tijdelijke Ordening heeft inmiddels aardig wat ervaring opgedaan in deze specifieke vorm van ruimtelijke ontwikkeling. Daarom organiseerde DTO in 2015 een lesprogramma voor de ruimtelijke professional en anderen die op eenzelfde wijze opereren of dat in de toekomst willen doen.
Hiervoor werden zes plekken geselecteerd die niet volgens een blauwdruk zijn ontwikkeld maar elk op hun eigen manier organisch zijn gegroeid. Deze projecten werden samen met de deelnemers -ambtenaren, ruimtelijke professionals en geïnteresseerde burgers-nauwkeurig onderzocht. Wie zijn de initiatiefnemers, wie beheert, investeert en jaagt aan? Hoe ziet het proces er uit, welke belangen spelen mee? Welke partijen zijn aangesloten en wat is de rol van de overheid en de gebieds –of gebouweigenaar? Wat is succesvol en wat minder geslaagd? Wat is de horizon en het doel? Zo worden alle ruimtelijke, maatschappelijke en economische aspecten van het project ontrafeld en in beeld gebracht.

Hierbij is nadrukkelijk gekozen voor een benadering die past bij Middle Up Down: geen voorgekauwde

 

colleges met eenrichtingsverkeer van info naar de deelnemers maar tezamen worden de processen ter plekke en in gesprek met de betrokkenen uitgediept. De kracht van het college zit in de persoonlijke benadering van de projecten en in de mogelijkheid door onderling vergelijk zelf op zoek te gaan naar overeenkomsten en verschillen.
Er is ervoor gekozen om de resultaten van dit college laagdrempelig en openbaar aan te bieden middels onze website. Daarnaast is ook per onderdeel een pdf-versie beschikbaar met uitgebreidere informatie, zodat iedereen -geheel in lijn met het principe van MUD- zijn eigen publicatie kan samenstellen.

Lees meer in PDF

 

Het project werd financieel ondersteund door een subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.


Verschillen en gelijkenissen

Elk van de onderzochte gebieden heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Door de verschillende totstandkomingsprocessen te onderzoeken zien we welke ingrediënten welk effect hebben op een ontwikkeling van het gebied. Hieruit kunnen we algemene principes ontdekken die Middle Up Down tot een succesvolle stedenbouwkundige methodiek maken.

De grote verschillen.
Het masterplan: van blauwdruk naar organisch. Het Modekwartier kan gezien worden als een organische ontwikkeling: er is nooit een klassiek en vastomlijnd plan geweest. Wel zijn vooraf duidelijke doelen en principes vastgesteld. Van het Havenkwartier en Honigcomplex kan gesteld worden dat ze door omstandigheden een bewust aangepaste variant zijn van het oorspronkelijke masterplan. Het gebied Coehoorn Centraal was weliswaar ooit onderdeel van een masterplan maar de timing en huidige invulling zijn geheel afwijkend van de oorspronkelijke plannen. Buitenplaats Koningsweg ontwikkelt zich gestaag volgens een masterplan, maar er is veel ruimte voor aanpassingen en een duidelijke rol voor de culturele gangmakers. En het Bartokpark tenslotte was zelfs nooit voorzien als openbaar gebied.

De initiatiefnemers: van overheid naar burger. Het Honigcomplex is weliswaar een alternatieve

 

onvoorziene ontwikkeling maar wel steeds gestuurd door het Ontwikkelbedrijf Waalfront (gemeente en ontwikkelaars). Dat geldt ook voor het Havenkwartier, weliswaar getriggerd en ondersteund door andere partijen. Buitenplaats Koningsweg is gestart vanuit de overheid als aanbieder van de gronden met een klassieke opzet van inschrijving en selectie uit de meest economische aanbieding. Door specifieke teamsamenstelling van het winnende team –ontwikkelaar samen met culturele gangmakers - en het langdurige proces is het gebied nu tijdelijk in handen van de beeldend kunstenaars. De ontwikkeling van het Modekwartier zit vervat in de gemeentelijke plannen met steun vanuit het Rijk (Vogelaar gelden) maar de trekker is zonder twijfel woningcorporatie Volkshuisvesting Arnhem. Het Bartokpark en Coehoorn Centraal zijn dan weer tot stand gekomen op initiatief van betrokken burgers.

Looptijd: van tijdelijk tot onbepaald. Hier is nog meer een onderscheid te maken tussen wat er zich nu afspeelt en wat de oorspronkelijke plannen waren of nieuwe plannen zullen zijn. Zo is het Bartokpark altijd gepresenteerd als een pop-up park maar is zijn invloed op de stapsgewijze ontwikkeling van de buurt structureler van aard. Het Honigcomplex en Coehoorn Centraal zijn formeel gedoemd om na een aantal jaren te verdwijnen hoewel hun succes misschien noopt tot een vorm van behoud.

 

In het Modekwartier is het project 100% Mode officieel beëindigt en wordt de wijk geacht nu op eigen benen te staan. Voor Buitenplaats Koningsweg en het Havenkwartier is de huidige alternatieve ontwikkeling (ondertussen) onderdeel van de lange termijnvisie en loopt in principe de tijdelijke ontwikkeling naadloos over in de permanente.

De gelijkenissen: 10 MUD principes

  • Behoud en versterking aanwezig DNA
  • Betrokken initiatiefnemers
  • Een flexibele overheid
  • Creatie van gedeeld belang
  • Bewuste selectie van deelnemers
  • Creatief - ondernemende deelnemers
  • Een publieke hotspot
  • Kort op de bal, grijpen van kansen
  • Maar steeds een blik op de toekomst
  • Allround communicatie (via social media)

 

Lees meer in PDF